Deze maand was een beetje anders dan alle voorgaande maanden. Waar we de afgelopen tijd steeds een maand op één plek bleven, hebben we in maart het tempo wat opgevoerd. We zijn het voorjaarszonnetje achterna gereisd naar het noorden en dat leverde een afwisselende route op.

De reis bracht ons vanuit Athene via het decadente bergdorpje Portariá en het bijzondere landschap van Meteora naar onze laatste halte in Griekenland: Serres. Na drie fantastische maanden was het tijd om dit fijne land te verlaten en onze weg door Zuidoost-Europa voort te zetten in Bulgarije. En ook daar begonnen we goed! De regio rondom Melnik blijkt alles in huis te hebben wat wij leuk vinden: spectaculaire natuur, goede wijnen en heerlijke hot springs.

Via een avontuurlijke route door het Rhodopegebergte belandden we daarna in Plovdiv en Veliko Tarnovo. Onderweg stonden we zelfs nog even met onze voeten in de sneeuw; een leuke verrassing, maar ook een teken van wat er zou komen. Waar we de eerste weken van maart namelijk stralend voorjaarsweer hadden, zijn sindsdien de dagen guur en grijs. Gelukkig valt er ook binnen genoeg te ontdekken.

In deze zesde update neem ik jullie mee naar het minder bekende noorden van Griekenland en het nog onbekendere Bulgarije. Een land waar we tot nu toe nauwelijks andere toeristen zijn tegengekomen, maar ontzettend interessant is!

Antwoorden op de belangrijkste reisvragen

Waar hebben jullie het lekkerste gegeten? 

Met een beetje weemoed hebben we deze maand afscheid genomen van het eten in Griekenland. De meeste restaurants die we bezochten hier zijn een bezoekje waard, maar de onderstaande twee plekken sprongen er voor ons echt uit: 

Welke lokale specialiteiten hebben jullie geprobeerd?

We konden Griekenland natuurlijk niet verlaten zonder nog één populaire lokale snack te scoren: de zoete Loukoumades in Portariá hapten heerlijk weg! Eenmaal in Bulgarije vonden we het een stuk lastiger om echt kennis te maken met de lokale keuken. Dat kwam deels doordat we er deze maand relatief kort waren, maar ook omdat we weer wat vaker zelf kookten. Bovendien merkten we dat de Bulgaarse keuken veel invloeden heeft uit de Griekse en Turkse keuken, waardoor we gerechten niet direct als ’typisch Bulgaars’ herkenden. In een hippe stad als Plovdiv struikel je daarnaast over de internationale restaurants; een keertje afwisselen met pizza of Japanse ramen vonden we stiekem ook best wel lekker.

  • Loukoumades: Kleine gefrituurde deegbolletjes die worden overgoten met honing en bestrooid met kaneel. Al zijn er tegenwoordig ook allerlei andere toppings zoals warme chocolade of pistachecrème.
  • Shopska salade: Misschien wel het nationale gerecht van Bulgarije. Het lijkt op een Griekse salade, maar dan met fijngesneden tomaat, komkommer, ui en paprika, bedekt met een flinke berg geraspte sirene-kaas (een witte zoute kaas die lijkt op feta).
  • Shashlik: Grote spiesen met gemarineerd vlees (varken of kip) en groenten, die gegrild worden boven een open vuur of op een houtskoolbarbecue. 
  • Banitsa: Een hartig Bulgaars bladerdeeggerecht dat vaak als ontbijt wordt gegeten. Het flinterdunne filodeeg wordt gevuld met een mengsel van eieren en witte kaas en vervolgens goudbruin gebakken.

Wat was de lekkerste bougatsa van Griekenland?

Er was een Griekse lekkernij die er voor mij echt met kop en schouders bovenuit sprong. Sinds ik in Chania kennismaakte met de bougatsa, stond deze vaker op mijn ontbijtmenu dan misschien goed voor me was. Maar het is dan ook zo lekker!

Deze snack wordt gemaakt van flinterdun filodeeg en gevuld met een zachte kaas (de klassieker uit Chania) of met een zoete roomvulling. Beide versies worden afgetopt met een flinke laag kaneel en poedersuiker. In Griekenland woedt er een eeuwige discussie over wie de ‘echte’ bougatsa maakt, maar zowel de variant uit Chania als die uit Sérres worden als de absolute top beschouwd. Ik at mijn favorieten dan ook bij ‘Bougatsa Chania’ in Chania en ‘Rekor’ in Sérres, al deed de bougatsa van ‘Bougatsa Bay‘ in Athene er eigenlijk niet voor onder.

Een culinair uitstapje naar Portariá

Toen we begin maart op een voorjaarsachtige maandagmiddag Portariá binnen reden, zaten de terrassen al vol. Dat zegt eigenlijk alles. Dit dorp in de Pelion-regio is buiten Griekenland vrij onbekend, maar de Grieken komen er zelf maar wat graag voor de frisse berglucht en het goede eten.

Het is zo’n plek waar je overal het water uit de bronnen hoort kletteren en de geur van haardvuurtjes in de straten hangt. Het voelt soms een tikkie decadent; de prijzen liggen wat hoger dan in andere delen van Griekenland, maar je wordt er dan ook uitstekend in de watten gelegd. Voor ons was het de perfecte slow travel bestemming.

We verbleven bij Kritsa Gastronomy Hotel. Hoewel onze kamer een tikkie gedateerd aanvoelde, was de rest hier tiptop in orde. Het personeel was ontzettend vriendelijk en iedere ochtend kregen we een van de meest uitgebreide hotelontbijtjes die ik ooit heb gezien. Denk aan huisgemaakte taarten, eieren van de eigen boerderij en lokale kazen.

Ook voor de lunch en het avondeten schoven we meerdere keren aan bij Kritsa. Hun farm-to-table concept zorgde iedere dag weer voor verrassende gerechten op het menu. Maar er is meer in het dorp: voor het beste uitzicht bij je koffie of cocktail moet je echt naar Aeriko en de lekkerste loukoumades (Griekse oliebolletjes) in alle denkbare smaken serveren ze bij Agora 1955. Portariá was voor mij echt een van die heerlijke verrassingen op de route waar het bergdorp-karakter en de relaxte sfeer perfect samenkomen.

Het unieke rotslandschap van Meteora

Ik kan me goed voorstellen dat je nog nooit van Meteora gehoord hebt, ook al ben je al tien keer in Griekenland geweest. Maar de foto’s spreken boekdelen. Het landschap is werkelijk uniek en ik vond het een bijzondere tussenstop op weg naar het noorden.

Wat deze rotsen zo apart maakt, is dat het officieel geen karstgebergte is. Het gesteente is anders: de rotsen staan wel op de aardlaag, maar zijn er geen onderdeel van. Eigenlijk zijn het afzettingen van een rivierdelta van miljoenen jaren geleden. Door de tijd heen zijn kiezels en stenen gemengd en samengeperst tot solide rotsblokken. Een beetje zoals natuurvriendelijk beton, zeg maar. Wind, water en ijs hebben er daarna de vormen uit geslepen die we nu zien. Wij zijn natuurlijk geen geologen, dus als je precies wilt weten hoe het zit, moet je echt het museum in Kastraki bezoeken, maar interessant is het zeker! 

Waar de meeste bezoekers vooral komen voor de beroemde kloosters op de toppen, vonden wij het juist het leukste om Meteora te voet te ontdekken. Door tussen die enorme rotswanden door te lopen, zie je pas echt hoe gigantisch ze zijn. We kwamen van alles tegen: van oude kluizenaarsgrotten tot een compleet verstopt klooster in de rotsen. En de vergezichten op de terugweg naar het dorpje Kastraki? Die waren echt adembenemend.

Natuurlijk bezochten we ook een van de kloosters bovenop. Het Varlaam-klooster is nog steeds bewoond en het is een indrukwekkende plek om meer te leren over hoe de monniken hier vroeger (en nu) leefden.

Stadsleven en natuur combineren in Sérres

Mijn laatste stop in Griekenland was het onbekende Sérres. Een tactische keuze, want het stadje ligt perfect tussen de grote stad Thessaloniki en het Kerkini Lake National Park in. Ideaal dus om stadsleven te combineren met de natuur.  Een leuk detail… de bougatsa uit Sérres bleek de grote uitdager van de bougatsa uit Chania en zo kon ik hier ook nog even mijn favoriete Griekse ontbijtje uitproberen.

Sérres zelf is een gezellig stadje met een levendig centrum. Het was volop voorjaar en de terrassen zaten iedere dag stampvol met Grieken die genoten van het zonnetje. Hoewel de stad zelf geen enorme trekpleisters heeft, is er in de omgeving genoeg te beleven.

Het Kerkini Lake National Park is in het voorjaar echt een aanrader. Het is een belangrijke tussenstop voor trekvogels op weg naar het noorden en het barstte er dan ook van de fluitende vogels. We zagen reigers, pelikanen en veel soorten die we uit Nederland kennen, maar dan met een decor van besneeuwde bergtoppen op de achtergrond. Prachtig!

Ook de Alistrati Caves vlakbij zijn de moeite waard. Dit grottenstelsel wordt als een van de mooiste van Europa beschouwd en ik snap wel waarom. Naast de bekende stalactieten en stalagmieten zagen we hier unieke horizontale kalkafzettingen die als koraal uit de muren leken te groeien. Heel indrukwekkend.

Minder indrukwekkend vonden we Thessaloniki, de tweede stad van Griekenland. Het is een bruisende studentenstad met zeker een paar leuke hoekjes, maar we vonden er vooral veel beton, asfalt en auto’s. De stad voelde een stuk minder voetgangersvriendelijk aan dan andere Griekse steden die we bezochten. Nu wil ik niet te hard oordelen over een plek waar ik slechts één dag ben geweest, maar eerlijk is eerlijk: Thessaloniki staat niet hoog op mijn lijstje om snel naar terug te keren.

Melnik: Zandkastelen, wijn en een natuurlijke spa

Melnik is het kleinste stadje van Bulgarije en onze eerste kennismaking met het land. We verbleven in het gemoedelijke Melnik Pyramids Guesthouse, net buiten het stadje, waar we gastvrij werden verzorgd door een oudere eigenaar die weliswaar geen woord over de grens sprak, maar ons direct thuis liet voelen.

Melnik heeft ons positief verrast. De omgeving is beroemd om de zogenaamde ‘piramides’: indrukwekkende zandsteenformaties die door weer en wind zijn uitgeslepen. Wij vonden ze eerlijk gezegd meer lijken op reusachtige zandkastelen. De Grieken hadden er vast een prachtig verhaal bij bedacht, maar wij genoten vooral van de fantastische wandeling die dwars door dit bijzondere landschap voert.

Vlakbij Melnik vonden we ook een heerlijke plek om te ontspannen: de Rupite Thermal Baths. Hier borrelt gloeiend heet water uit de vulkanische grond omhoog. Via kanaaltjes stroomt het naar natuurlijke poeltjes waar je heerlijk kunt baden in mineraalrijk water en klei. Een modderbad dat schijnbaar wonderen doet voor je huid, maar voor ons vooral een heel relaxte middag was.

Een ander hoogtepunt was ons bezoek aan Villa Melnik. In dit prijswinnende wijnhuis doken we voor het eerst in de rijke oude ambachten van Bulgarije om meer te leren over de Bulgaarse wijncultuur. We sloten de tour natuurlijk af met een proeverij van vijf lokale wijnen. Een absolute aanrader als je in de buurt bent!

Een reis door de tijd in Plovdiv

Op weg naar onze volgende bestemming maakten we een omweg door het Rhodopegebergte. Een bijzondere ervaring, want waar we in het dal het voorjaar al voelden, was het hier boven nog volop winter en waren de skipistes gewoon geopend. Gelukkig werd het richting Plovdiv weer wat aangenamer.

Plovdiv is een stad met vele gezichten en het voelt soms letterlijk als een tijdreis. Tijdens onze wandelingen stuitten we op Romeinse opgravingen die schouder aan schouder staan met brute betonblokken uit de communistische periode. De oude stad is op haar beurt weer gevuld met prachtige, kleurrijke villa’s uit de Bulgaarse renaissance (18e en 19e eeuw).

Hoewel het voorjaarszonnetje zich in Plovdiv even niet liet zien, viel er binnen genoeg te ontdekken. We bezochten het Etnografisch Museum, waar we alles leerden over de oude ambachten van de stad, zoals goudsmeden en houtbewerking.

Het absolute hoogtepunt was echter The Bishop’s Basilica. Dit museum is speciaal gebouwd om de spectaculaire mozaïekvloeren van een van de oudste christelijke kerken ter wereld te tonen. Bij de aanleg van een tunnel onder de stad ontdekte men drie lagen mozaïeken uit de 4e tot 7e eeuw na Christus. Archeologen hebben deze vloeren prachtig gerestaureerd; het resultaat is echt een kunststukje dat je niet mag missen.

Toen de zon weer tevoorschijn kwam, trokken we de natuur rondom de stad in. We reden naar Asenovgrad voor een bezoek aan het oude fort, waar het uitzicht over de vallei spectaculair is. Iets verderop bezochten we het vredige Bachkovo-klooster en maakten we een wandeling door het Red Wall Nature Reserve, langs een kletterende waterval en een bijzonder rotskapelletje. Het klooster zelf is heel vredig, al is het jammer dat er voor buitenlandse bezoekers weinig achtergrondinformatie beschikbaar is.

Veliko Tarnovo: de stad van de tsaren

Na een ontspannen dag in de thermen van Hissar was het tijd voor onze laatste bestemming in Bulgarije: Veliko Tarnovo. Veel Bulgaren krijgen warme gevoelens bij deze stad en we begrepen al snel waarom. Tussen de 12e en 14e eeuw was dit de trotse hoofdstad van het Bulgaarse Rijk. Hoewel dat al een tijdje geleden is, zijn de sporen van die gloriedagen nog overal zichtbaar. Het is zonder twijfel een van de meest charmante steden die we tot nu toe hebben bezocht.

De oude stad is een doolhof van smalle kasseienstraatjes en prachtig gerenoveerde vakwerkhuizen. Het voelt er ontzettend knus en gezellig aan. In de vele kleine winkeltjes vind je nog echt handwerk, van gedetailleerd houtsnijwerk tot lokaal geweven kleedjes.

Tip! In Veliko Tarnovo verbleven we in het fijne Family Boutique Residence met keurige appartementen en studio. Een aanrader om te overnachten in Veliko Tarnovo.

Het hoogtepunt van de stad is het Tsarevets Fort, ook wel het fort van de tsaren genoemd. De enorme brug die toegang geeft tot de burcht is al een spektakel op zich. Het fort is goed gerestaureerd, waardoor je een goed beeld krijgt van hoe machtig de stad in de 13e eeuw moet zijn geweest. De oude muren staan nog grotendeels overeind en de wachttorens zijn in ere hersteld.

Boven op de heuvel staat de Patriarchale Kathedraal. We hebben tijdens onze reis inmiddels al heel wat kerken van binnen gezien, maar hier stonden we echt even met open mond te kijken. De binnenkant is in een heel unieke, moderne stijl gedecoreerd die we nog nergens anders waren tegengekomen. Een absolute aanrader om even naar binnen te stappen!

Met de indrukwekkende verhalen uit Veliko Tarnovo nog in ons achterhoofd, laten we Bulgarije achter ons. We steken de grens over naar Roemenië, waar weer een heel ander soort geschiedenis op ons wacht. Op het programma staan onder meer Boekarest en het mysterieuze Transsylvanië. Eens kijken of de beroemde legendes daar net zo tot de verbeelding spreken als de mythes van de Grieken!

Over de links in dit artikel
Transparantie en authenticiteit zijn heel belangrijk voor mij en voor Backpackfever. Daarom wil ik je graag laten weten dat ik in dit artikel gebruik maak van affiliate links. Als je via zo’n link iets aanschaft, ontvang ik een kleine commissie. Jij betaalt hier niets extra voor. Deze links hebben geen invloed op mijn eerlijke mening en de tips die ik met je deel. Mijn doel is en blijft om jou te inspireren en te voorzien van de beste en meest oprechte reisadviezen, en ik raad dan ook alleen producten of diensten aan die ik zelf ook gebruik en waar ik volledig achter sta.

Laat een reactie achter